Richard Stallman strijdt tegen ‘The New Monopolies’


Dit artikel verscheen in het september 1991 nummer van Software Magazine.

Op 15 mei zijn er nieuwe EG-richtlijnen goedgekeurd, waarin niet alleen gebruikers-interfaces moor ook leverancierseigen protocollen, programmeertalen en interfaces tussen programma’s door auteursrechten worden beschermd. Volgens Richard StalIman, een vermoord programmeur en oprichter van de ‘League for Programm ing Freedom’, is dot een verkeerde ontwikkeling. In jun i kwam hij noor Europa gekomen om hier de gebruikers wakker te schudden. Software Magazine sprok met hem over de kui peri jen van de software-g iganten: “de gebruikers zijn de grote verliezers “.

”Stel je voor dat Ford, Chrysler en General Motors allemaal verschillende manieren hadden ontworpen voor het besturen van hun auto’s. Bij de één gebruik je een joystick in plaats van een stuur. En bij de andere heb je knoppen voor het gas en de rem. Het zou héél vervelend zijn om van één auto naar en andere over te stappen. Gelukkig voor ons hebben de autofabrikanten ooit onderlinge afspraken gemaakt omtrent de ‘interface’ van auto’s.
Software-bedrijven als Lotus en Apple werken heel anders. Door middel van de rechtszaken over de bekende look and teel van hun produkten, ofwel de gebruikers-interface, proberen zij de manier van besturen van hun programma’s door middel van auteursrechten en octrooien te beschermen. Zij willen hun klanten aan zich binden door andere ontwikkelaars te belemmeren te an ticiperen op kennis die gebruikers in de praktijk hebben opgebouwd. Ik noem dit ‘The New Monopolies.’ Uiteindelijk zijn de gebruikers de grote verliezers.”
Deze woorden zijn opgetekend uit de mond van de legendarische programmeur Richard Stallman. In juni sprak hij enkele honderden geïnteresseerden toe bij het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI) in Amsterdam. Zijn publiek die ochtend bestond weliswaar grotendeels uit informaticacollega’ s — de inhoud van zijn toespraak weerspiegelde dat — maar zijn boodschap, zo vertelde hij later Software Magazine, is van vitaal belang voor iedere eind gebruiker. In Amerika heeft hij de League tor Programming Freedom opgezet om strijd te voeren tegen de juridische praktijken van de grote bedrijven in de computerwereld. Hij ijvert voor het veranderen van de huidige auteursrecht- en octrooiwetten.
Wat betreft auteursrechten op een programmainterface, begonnen de echte problemen in 1985 toen Apple een rechtszaak is begonnen tegen Microsoft op grond van een vermeende schending van auteursrechten, vertelt Stallman. Microsoft zou zonder toes temming bepaalde elementen van de Macintosh-interface in Windows hebben gekopieerd. Later is ook HewlettPackard opgenomen in de procedure in verband met New Wave. Dat was het eerste geval van een software-bedrijf dat meent dat de interface van een programma haar eigendom is. Deze zaak loopt nog steeds. Later, in 1989, is Lotus een rechtszaak tegen Paperback Software begonnen, dat een 1-2-3 kloon leverde.
”Verontwaardigd over deze acties heb ik samen met Marvin Minsky en andere collega’s op mijn universiteit een pagina-grote advertentie als protest in het universiteitsblad geplaatst,” vertelt Stallman. “Wij werden zeer aangemoedigd door de reacties en het is de aanleiding geweest om de League for Programming Freedom op te richten. Vervolgens hebben wij een betoging op de stoep bij de voordeur van het hoofdkantoor van Lotus Corporation georganiseerd” (nog geen halve kilometer daarvandaan). Deze actie heeft de nationale pers gehaald en Stallman beschouwt het nu als zijn finest hour.

Octrooi-schendingen Al sinds jaar en dag is Richard Stallman verbonden aan MIT (Massachusetts Institute of Technology), een waar bolwerk van briljante informatica-goeroes zoals Stallman and Minskyen al jaren een bakermat voor veel ontwikkelingen op de gebied van informatica. Begin jaren ‘80 is hij begonnen met het ontwikkelen en verspreiden van CNV, een kloon van de UNIX-besturingssysteem die hij gratis beschikbaar stelt aan de publiek via de Free Software Foundation. Deze nogal idealistische club levert inmiddels een zeer complete reeks UNIX-programma’s, waarvan de Emacs-editor, gebruikte door tienduizenden mensen in de hele wereld, waarschijnlijk het meest bekend is. De C-compiler die Stallman voor GNU schreef staat zeer hoog aangeschreven en wordt tegenwoordig zelfs gebundeld met de NeXT -computer. Inmiddels draait GNU op de meest uiteenlopende hardwareplatforms, van mainframes en zware werkstations tot de Atari ST.
Als programmeur voelt Stallman zich zelf ernstig bedreigd door de re cente toename in toekenningen van software-octrooien. “Het is haast niet meer mogelijk om programma’ s te schrijven zonder één of een andere octrooi te schenden,” stelt hij vast.
Staliman neemt als voorbeeld X Windows, ooit door programmeurs van MIT geschreven voor interne gebruik in het Athena-project, en later public domain geworden.
Dit venstersysteem, dat op weg is een standaard binnen de UNIX-wereld te worden, word t tegenwoordig onderhouden door een MIT groep en gratis gedistribueerd. X Windows maakt gebruik van een aantal vrij fundamentele programmeertechnieken: onder andere het tekenen van de cursor op het scherm volgens het XOR-principe en het opslaan van tijdelijk onzichtbare vensterdelen in het geheugen. “Een bedrijf met de naam Cadtrak blijkt een octrooi voor de eerste techniek te hebben en verdient er miljoenen mee. De tweede techniek is jaren geleden gebruikt in een Lisp-systeem bij het MIT. Zoiets leek zo vanzelfsprekend dat het niet eens in de handleiding is opgenomen. Maar één week nadat de handleiding verscheen heeft AT&T een octrooi ervoor aangevraagd en het ziet er uit dat zij dit zullen behouden. “Die twee bedrijven bedreigen nu met rechtszaken de duizenden gebruikers die de software gratis van MIT hebben gekregen”, waarschuwt Staliman. “Ik kamp ook met dergelijke problemen met de GNU-software die ik heb geschreven.” Wegens octrooiproblemen overweegt Staliman de volgende versie van de Emacs-editor alleen buiten de V.S. te verspreiden.

Op de helling
Octrooien zijn ooit geïntroduceerd om te zorgen dat nuttige technieken algemeen zouden worden gebruikt. Onderzoek werd aangespoord met de bedoeling dat de vruchten daarvan eigendom bleven van de prod ucen t voor een vaste tijd. Dat werd als wenselijker beschouwd dan dat belangrijke dingen voor een eeuwigheid bedrijfsgeheim zouden blijven. Wat Stallman en anderen nu aan de orde stellen is of misschien het octrooisysteem moet worden aangepast. Ooit was zeventien jaren een juiste periode, nu gaat de technologische ontwikkeling zo snel dat vijf of misschien zelfs drie jaren reëler is. Stallman gaat nog verder: hij pleit voor het volledig afschaffen van octrooien op de software, want op z’n pittig amerikaans: “software patents threaten to devastate America’ s computer industry.” Op dit moment wordt Lotus Corporation bijvoorbeeld lastig gevallen door de eigenaar van “patent number 4.398.249” omtrent “naturalorder recalculation” in spreadsheets; straks worden alle spreadsheet-makers hiermee bedreigd. Eveneens is Apple onlangs door de rechter gedaagd in verband met een octrooi dat gaat over “displaying portions of two or more strings together onscreen” wat neerkomt op scrollen met meerdere vensters; Apple heeft dit toegepast in HyperCard.
Gevraagd of er ooit een nuttig software-octrooi is geweest, denkt Staliman een tijdje na en zegt in alle eerlijkheid: “Ja, AT&T heeft ooit een octrooi gekregen voor een complexe techniek om drijvende komma berekeningen veel sneller uit te voeren. Dat lijkt mij geschikt voor een octrooi, want daarvan kunnen wij allemaal voordeel hebben, mits wij AT&T wat betalen voor hun moeite.” Dan voegt hij daar snel weer aan toe: “maar in het algemeen doen software-octrooien overigens veel meer schade dan goed.” “DBase en 1-2-3 zijn de facto standaarden geworden,” constateert Staliman, “omdat ze zijn door veel mensen worden gebruikt.” Standaarden worden nooit op objectieve gronden geselecteerd. Mijn voorouders hebben er ook nooit bewust voor gekozen om allemaal de Engelse taal te gaan gebruiken. Ze hebben niet alle wereldtalen naast elkaar gelegd en besloten welke het beste zou zijn voor hun doeleinden. Dat ik Engels spreek is eigenlijk meer toeval. Ik had ook Nederlands kunnen spreken als die oude — hoe heet hij ook weer? Ja bedankt, Stuyvesant — als Stuyvesant Manhattan niet had verkocht aan de Britten in de zeventiende eeuw.”

Dvorak toetsenbord
Stallman gaat verder: “Hoevelen zullen ooit een Dvorak-toetsenbord gebruikt of gezien hebben? Toch is een Dvorak-toetsenbord ergonomisch veel beter dan de oude QWERTY. Maar het is nooit een standaard geworden. Wij blijven de oude QWERTY gebruiken en iedere fabrikant blijft hem klonen.
”Vooruitgang gaat altijd in kleine stappen”, vertelt Stallman. “Je bouwt met kleine verbeteringen verder aan wat je al hebt of al gebruikt. Het is logisch dat de Lotus-interface wordt uitgebreid door een bedrijf als Borland. Het blijft zwaar tegen de belangen van de computergebruikers dat de huidige software-bedrijven proberen de interface van hun programma’s te beschermen door middel van auteursrechten”.
In het begin kregen software-ontwikkelaars de auteursrechten van hun broncode. Maar nu loopt het uit de hand: “Er wordt nu geprobeerd niet alleen de broncode, maar ook de commandostructuur, het gedrag, het gezicht en zelfs de uitwisselbaarheid van programma’s te beschermen.” De rechtszaak van AshtonTate tegen Fox vindt Stallman uitermate belachelijk. “Waarom zou je een taal beschermen door een octrooi? Daar schieten we werkelijk niets mee op. Stel je voor dat er ooit een octrooi was aangevraagd voor ‘Shall I compare thee to a summer’s day’.
Zouden wij dan nu betere boeken hebben?”

[ return | top | feedback | home ]